Vraag dat aan de I Tjing en Jung





Carl Jung zag de I Tjing als een manier om inzicht te krijgen in de dynamiek van het onbewuste via synchroniciteit—het principe dat uiterlijke gebeurtenissen en innerlijke processen betekenisvol samenvallen.


In de I Tjing symboliseert de bliksem (het trigram Zhen, “de Opwindende”, “de Donder”) plotselinge beweging en transformatie. Het breekt stagnatie en brengt een onvermijdelijke ontlading teweeg. Maar in de taoïstische filosofie is geen enkele toestand permanent—zelfs ontlading leidt tot een nieuwe opbouw van spanning.


Jung zou dit interpreteren als een archetypisch proces: de bliksem als een openbaring, een doorbraak die iets vernietigt, maar ook iets nieuws in gang zet. De psyche kent geen definitief einde, enkel cyclische transformaties.


Conclusie: de bliksem vernietigt tijdelijk alle mogelijkheden, maar in de dynamiek van het bewustzijn ontstaat altijd een nieuwe polariteit. De vraag is dus: Is er een toestand waarin geen nieuwe spanning meer ontstaat, of is beweging inherent aan bestaan?




Reacties

Populaire posts van deze blog